Misschien was het de vergoeilijkende glimlach van de rector. Het kon ook de oneerlijkheid van de beschuldiging zijn of het feit dat zijn ouders erbij gesleept werden. Hoe dan ook, ergens ter hoogte van zijn navel voelde Joost een woede beginnen die zich door zijn lichaam verspreidde als vuur door droog gras. Met moeite hield hij zijn mond. Het is toch ook werkelijk de limit, dacht hij bitter. Waarom doet hier niemand zijn ogen open? Ik word verdomme al jaren belaagd door een stelletje ongelofelijke etters en als ik niet oppas, krijg ik er nog de schuld van ook. Uit: Schoolstrijd.








